Rijbaanregels:

Tijdens de lessen en bij het vrij rijden in de bak van De Terschellinger Ruiters gelden de Rijbaanregels van Stichting Veilige Paardensport.

Bij het rijden dienen alle ruiters een goed passende veiligheidshelm met CE-markering en EN 138:2012 teken te dragen. 

Daar waar een snelheidselement aanwezig is, zijn menners en overige 
opzittende ook verplicht een veiligheidshelm te dragen.

Het voornemen om in of uit de rijbaan te gaan, moet luid worden gevraagd
en aangekondigd , door bijvoorbeeld “deur vrij!” te roepen.

Op- en afstijgen dient op de AC-lijn te gebeuren. De paarden dienen op voldoende afstand 
van elkaar te staan en met de hoofden in dezelfde richting.

Indien een ruiter of menner alleen in de rijbaan rijdt dient deze een mobiele
telefoon bij zich te dragen.

Tijdens het rijden of mennen dient de rijbaan gesloten te zijn. 

Wanneer een buitenrijbaan geen omheining heeft en deze dus niet afgesloten kan worden,  
mag er met maximaal 4 ruiters tegelijkertijd gereden worden en dient het terrein wanneer 
de rijbaan in gebruik is afgesloten te zijn.

Indien iemand zijn/haar paard wil longeren dan mag dit alleen indien de overige rijdende combinaties hier geen bezwaar tegen hebben. Is hier tegen wel bezwaar dan dient het longeren gestaakt te worden. Blijf bij het longeren niet op één plek staan, dit om spoorvorming te voorkomen. Rijden onder de man gaat ten allen tijde voor longeren!

De combinatie welke op de linkerhand rijdt heeft bij elkaar passeren voorrang op de hoefslag
(dus rechts houden).
Degene die op dezelfde hand een snellere gang heeft en/of zijgangen rijdt heeft altijd 
voorrang (en dus ook de hoefslag). Niet snijden en elkaar de ruimte geven bij het passeren.

Het springen over een hindernis moet worden aangekondigd als er ook andere ruiters in de rijbaan rijden, door bijvoorbeeld “hindernis vrij!” te roepen.

Bij het rijden dienen alle ruiters rijlaarzen te dragen of stevige schoenen 
met een gladde doorlopende zool en een hak, gecombineerd met chaps. 
De rijlaarzen of schoenen dienen ruim in de stijgbeugels te passen.

Ruiters mogen geen grote, uitstekende en/of loshangende sieraden en losse kleding dragen. 
Bij het rijden in het bos dient er op gelet te worden dat geen jassen met een capuchon 
worden gedragen.